Hof Leeuwarden 6 oktober 2009 (Batavus - Bikemotion), LJN BJ9567

Batavus heeft handelsrelatie met geïntimeerde Bikemotion (distributeur die onder andere via internet fietsen verkoopt) beëindigd onder druk van distributeurs die waren aangesloten bij Euretco. Euretco richtte haar pijlen met name op de internetverkopers. De angel van het conflict zat in de prijsstelling van de internetverkopen van geïntimeerde, Batavus was daar heel goed van op de hoogte. Er zijn ook wel andere bezwaren van de distributeurs genoemd, zoals het feit dat geïntimeerde de fietsen aanvankelijk door de klant zelf liet monteren waarna de vakhandel de problemen van de klant mocht oplossen (het zogenaamde free rider-probleem), of problemen rond de garantie. Geïntimeerde had voor zijn internetverkopen aanzienlijk lagere kosten dan de vakhandel met zijn hoge overheadkosten. Hierdoor had [geïntimeerde] qua prijsstelling een aanzienlijk voordeliger marktpositie dan de vakhandel.
Het hof is van oordeel dat de opzegging onder de hiervoor geschetste omstandigheden niet een vrije en autonome keuze van Batavus is geweest, maar één die uitsluitend onder druk van genoemde distributeurs is genomen en die beoogde een eind te maken aan de prijsconcurrentie die de andere Batavus-distributeurs van [geïntimeerde] ondervonden. Daarmee is die opzegging onderdeel en sluitstuk van een onderling afgestemde feitelijke gedraging als bedoeld in artikel 6, eerste lid Mw.
Uit het vonnis van de kortgedingrechter van 30 oktober 2003 leidt het hof af dat Batavus bezwaar maakte tegen het gebruik van haar beeldmerk voor een hyperlink op de website van [geïntimeerde], omdat zij [geïntimeerde] niet langer (sinds 2001) als Batavus-dealer beschouwde en door het beeldmerk van Batavus bij het publiek de indruk kon ontstaan dat [geïntimeerde] een officiële dealer van Batavus was. Dit standpunt is door de voorzieningenrechter gevolgd. Tegen het "framen" van de Batavus-site maakte Batavus blijkens haar brief aan [geïntimeerde] van 3 maart 2003 op dezelfde grond bezwaar, te weten dat daardoor de indruk werd gewekt dat [geïntimeerde] nog deel uitmaakte van het dealernetwerk van Batavus. Nu het hof in de onderhavige zaak van oordeel is dat Batavus in 2001 ten onrechte de handelsrelatie met [geïntimeerde] heeft beëindigd en laatstgenoemde dus ook na 2001 Batavus-dealer had behoren te blijven, moet het meningsverschil tussen partijen over het gebruik door [geïntimeerde] van het beeldmerk van Batavus primair worden beschouwd als het directe gevolg van de onjuiste handelwijze van Batavus zelf.